Lokale besturen onder zware druk

Deze opinie verscheen op deredactie.be

Ook bij de steden en gemeenten is het alle hens aan dek, want ook zij worden zwaar getroffen door de besparingen die door de hogere niveaus opgelegd worden. Heel wat van de aangekondigde maatregelen hebben dan ook een directe impact op de lokale budgetten.

Dat de steden en gemeenten het al niet gemakkelijk hadden, is een understatement. Met thema’s als de financiering van de lokale ambtenarenpensioenen, de daling van de inkomsten uit energiedividenden en de kortere leningstermijnen, hadden de lokale besturen al de handen meer dan vol. Nu ook de nieuwe besparingsmaatregelen op lager niveau beginnen in te slaan als bommetjes, staan de lokale overheden met de handen in het haar.

De Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten (VVSG) is dan ook niet te spreken over de gebrekkige communicatie over de effecten van die aangekondigde besparingen op de gemeenten. Terecht, want een van de grote problemen is dat alles in flarden gecommuniceerd wordt, dat iedereen één voor één van zijn stoel geblazen wordt en dat de besparingen blind, onsamenhangend en vooral erg onrechtvaardig zijn.

Problemen doorschuiven

De gerichte besparingen vliegen de verschillende lokale diensten ongestructureerd rond de oren. Zo is er de directe daling in subsidies voor jeugdwerk en sportdiensten, maar ook het lokale cultuur- en erfgoedbeleid moet inleveren. Even goed doet de niet-indexatie van de som die aan de politiezones wordt overgemaakt de gemeentelijke budgetten geen goed.

Daarnaast worden door de hogere overheden heel wat keuzes gemaakt en maatregelen getroffen die indirect nefast zijn voor de steden en gemeenten. Zo hoopt de federale regering met het verstrengen van de wachtuitkering voor jonge werkzoekenden te besparen op haar eigen begroting. Een beslissing die vooral lokale repercussies heeft, want door een situatie te creëren waarbij jaarlijks 14.000 werkzoekende jongeren geen recht meer hebben op een wachtuitkering, zal de druk op het de lokale OCMW’s enorm stijgen. De meeste jonge werkzoekenden hebben immers niet de financiële middelen en steun om op eigen benen te staan zonder een inkomen. Dat vooral de laaggeschoolden getroffen worden, hoeft geen uitleg.

Ook de Vlaamse regering bezondigt zich aan die manier van werken: met het optrekken van de dagprijs voor kinderopvang, wordt de druk opnieuw doorgeschoven naar de steden en gemeenten. Een stad als Leuven, bijvoorbeeld, put zich al even uit om de gaten in het Vlaamse kinderopvangdecreet dicht te rijden. Zowel wat werkingsdruk betreft als op financieel vlak worden al heel wat bijkomende inspanningen geleverd. En nog steeds zijn er ellenlange wachtlijsten. Nu die druk alleen maar groter zal worden door de snoeiharde besparingen op Vlaams niveau, duwt men de lokale kinderopvangstructuren over de limieten van wat haalbaar is. De steden en gemeenten kreunen onder de starre begrotingsdrift die de zwartepiet gewoon doorschuift. Dat daarbij opnieuw vooral zij die de factuur niet kunnen betalen getroffen worden, is frappant.

Een opgelegde truc

Brengt de geplande indexsprong dan geen zoden aan de dijk? Een indexsprong lijkt op het eerste gezicht een interessante zaak voor het gemeentelijke kostenplaatje. Want het zijn niet alleen de bedrijven die het inkomen van hun personeel zullen afromen met zo’n sprong, ook bij de verschillende overheden stroomt er zo een pak geld binnen. In een stad als Leuven levert zo’n sprong ongeveer 1 miljoen euro extra op. Allemaal geld dat van het loon van de gewone, hardwerkende ambtenaar afgehouden wordt. Maar dat een indexsprong uiteindelijk niet meer dan een opgelegde truc is die niet werkt, blijkt uit het feit dat het opgebrachte geld meteen moet dienen om uitblijvende financieringen en geschrapte budgetten op te vangen.

Het extra geld dat we als stad ontvangen door een indexsprong zal dus enkel dienen om het gat dat door de besparingen geslagen wordt dicht te rijden. De overheid geeft dus zelf het slechte voorbeeld: omdat het geld enkel wordt gebruikt om de eigen begroting op orde te houden, blijft er niets over om de koopkracht te vrijwaren of om bijkomende jobs te creëren. En waren die laatste twee net niet de redenen bij uitstek om zo’n sprong te nemen?

Een overheid financiert zijn uitgaven (dienstverlening en investeringen) met belastinggeld. Maar wanneer de inwoners van de stad door een indexsprong minder zullen verdienen, zal er ook minder personenbelasting geïnd kunnen worden. De opcentiemen die door de lokale besturen geheven worden op de aanvullende personenbelasting zullen dus ook minder opleveren.

Een indexsprong levert dus geld op. Maar wie verder doorrekent weet dat zo’n sprong ook geld kost.

Simpele keuzes, zware gevolgen

De averechtse effecten van de besparingen vertalen zich bij de lokale overheden dus niet alleen in een duurdere dienstverlening. Ook de druk op de lokale structuren groeit enorm. Door de keiharde keuzes die zonder overleg op federaal en Vlaams niveau gemaakt worden, krijgen onze steden en gemeenten de ene koude douche na de andere over zich heen.

De gebrekkige communicatie en de veelal onrechtvaardige implicaties van het beleid van de hogere overheden, zorgen voor veel terechte frustratie en ongerustheid. Het wordt immers hoog tijd dat er niet alleen meer duidelijkheid komt voor de lokale besturen, maar dat er vooral meer doordachte beslissingen genomen worden op hoger niveau.