Welke besparing is eerlijk?

Deze opinie verscheen op deredactie.be

Wat is eerlijk en wat redelijk? Het is zowat de politieke hamvraag van het moment. Of het debat nu gaat over inschrijvingsgelden voor het hoger onderwijs of voor de sportclub, over de dagtarieven van de kinderopvang , de huur van een sociale woning of het systeem van opleidingscheques, telkens weer duikt een erg individualistische kosten-batenanalyse op.

De maatschappelijke context blijft buiten beeld: bekommernissen over wie welk deel van de gemeenschappelijk koek betaalt of waar de samenleving als geheel beter van wordt, lijken niet meer van tel. Op die manier installeert zich een zelfzuchtige norm die je maar beter kan halen, anders dreig je uit de boot te vallen. Kan je niet mee? Dan is dat je eigen schuld. Want kansen creëer je toch zelf, nietwaar?

De goeden en de slechten

Heb je de pech dat je afwijkt van die maatschappelijke norm, dan word je als ‘sociaal zwak’ bestempeld. Deze categorie bestaat uit ‘de goei’ en ‘de slechten’. De ‘goei’ zijn zij die wel willen, maar niet kunnen –

bijvoorbeeld omwille van hun fysieke beperking of ernstige ziekte. Om hen te ‘helpen’ willen we nog wel enig sociaal gevoel aan de dag leggen – dat staat zo goed op je politieke cv.

De slechten zijn zij die wel kunnen, maar niet willen. U kent ze wel, de rotte appels van onze samenleving. Die mag je zonder meer dumpen. Dat ideologische discours wordt naadloos overgenomen door de publieke opinie. Zonder mededogen, en uitermate streng voor elkaar, denken we allemaal weleens in hokjes. Empathie en begrip zijn dan niet langer het resultaat van een gefundeerd inzicht, maar worden een kwestie van ondoordachte willekeur. De brede maatschappelijke oplossingen blijven uit en alleen de grove borstel lijkt soelaas te bieden.

Wantrouwen

Het lijkt erop dat we vastzitten in de gedachte dat al wat een ander méér heeft per definitie verdacht is. En dat wekt enige frustratie op. Zo varen we op wantrouwen en gaan we er voetstoots van uit dat er misbruik of bedrog in het spel is. Een maatschappelijk ideaalbeeld komt er niet aan te pas. Allicht is een samenleving die er collectief op vooruit gaat voor heel wat mensen geen optie meer.

De overheid speelde ook duchtig in op deze tendens door de laatste jaren maximaal te investeren in een inefficiënte en strak controlerende bovenbouw. Ver weg van de essentie. Zo bleven voldoende kinderopvangplaatsen uit, worden studiebeurzen slechts een jaar na datum uitbetaald of mag de zelfverklaarde expert op de werkvloer komen uitleggen dat er meer moet gedaan worden met minder middelen.

Radicaliserende samenleving

Hierdoor belanden we stilaan in een radicaliserende samenleving, waarin misbruiken aankaarten ertoe leidt dat het kind met het badwater wordt weggegooid. Wie zo in het leven staat, gaat ervan uit dat hij tot het juiste kamp behoort – dat van al wie sterker, beter en vooral realistischer is. Zeg niet dat de regering aan de fundamenten van onze welvaart knaagt, maar dat er ‘vernieuwingen’ nodig zijn. Laat vooral woorden ‘hangmat’ en ‘verzorgingsstaat’ vallen. Daarmee scoor je altijd.

Natuurlijk kan de linkerzijde niet anders dan een defensief en vooral complex verhaal vertellen. Veralgemeningen en individuele gevallen mogen immers niet dienen om de frustratie te laten aandikken en intolerantie zijn weg te laten vinden. Het hoort niet om de werkloze met het appartement aan zee als referentiekader te nemen. Een discussie die de uitwassen van een systeem als standaard neemt, is intellectueel oneerlijk en allesbehalve volwassen. U kent de clichés: het gaat over de notaris wiens zoon een studietoelage ontvangt, de man uit de sociale woonwijk die rondtoert met een BMW en de ‘tijdskredieter’ (of erger nog, de werkloze) die met alle plaatsen in de kinderopvang aan de haal gaat. Vanuit die insteek biedt alleen grote kuis een uitweg. Raus, afschaffen, weg er mee.

Enkele voorbeelden, uit het leven gegrepen

Ik neem u nu even mee in het discours dat stilaan de bovenhand neemt en dat een perfecte graadmeter is voor de frustratie die om zich heen grijpt.

“Veralgemeningen en individuele gevallen mogen immers niet dienen om de frustratie te laten aandikken en intolerantie zijn weg te laten vinden”

Voorbeeld 1. De advocaat die neerbuigend praat over zijn poetsvrouw (die via dienstencheques is tewerkgesteld). Hij vindt dat schoonmaken misschien wel vermoeiend is, maar dat hij zelf nooit voor 21u thuis is. Hij besluit dus dat hij veel harder werkt, en bovendien niet gesubsidieerd wordt. Hij vergeet dat de maatschappelijke rechtsgang waarin hij zich beweegt, de samenleving handenvol geld kost. En dat hij het is die duchtig gebruik maakt van dat verfoeide dienstenchequesysteem.

Voorbeeld 2. De buurman die niet gelooft dat er nog onnozelaars zijn die vandaag voor 1.200 euro per maand werken. Dat die persoon toch maar even een andere job moet zoeken. Of eventueel kan bijklussen in mijn tuin. Maar dat wil hij zeker niet. Zie je wel: die groenarbeider is gewoon lui of werkt waarschijnlijk in stadsdienst.

Voorbeeld 3. Het jonge stel tweeverdieners dat zichzelf empathisch vindt ‘omdat zij weten wat armoede is’. Zij hebben vorige maand ook hun spaarcenten aangesproken en bovendien de aankoop van de nieuwe zetel uitgesteld. Wie geen spaarcenten bezit, heeft allicht het spreekwoordelijke gat in zijn hand.

Voorbeeld 4. De vrouw die vaststelt dat een andere mama 1,59 euro per dag aan kinderopvang betaalt. Dat is toch niet meer van deze tijd? Dat is toch veel te goedkoop? Daar kun je vandaag zelfs geen brood meer mee kopen. Dat de alleenstaande moeder die deeltijds uit poetsen gaat het met 950 euro per maand moet zien te rooien, vindt zij al helemaal te gek. Waarom begint een vrouw als zij aan kinderen?

Bovendien kan zij toch makkelijk fulltime gaan poetsen? Dat we voor deze alleenstaande moeder de bijdrage gaan verdrievoudigen naar minimaal 5 euro per dag is toch niet meer dan normaal. Misschien hoort het bestrijden van kinderarmoede geen kerntaak van de Vlaamse overheid te zijn. Terwijl het verdrievoudigen van een factuur sowieso te grof is voor woorden. Wilt u mij het antwoord van ‘ja maar in de privé’ besparen? Is het niet de verdomde taak van de overheid om kinderopvang voor iedereen betaalbaar, kwalitatief en toegankelijk te maken. Ongeacht achtergrond en inkomen?

Een grapje, als conclusie

In een file zijn drie auto’s op elkaar ingereden. De bestuurders stappen uit om de schade op te meten. De man met de Mercedes stelt met de handen in het haar vast dat de herstelling en de wisselstukken hem zeker een dag werk zullen kosten.

De vrouw van de BMW ziet de opbrengst van een forse werkweek verdampen.
De man met de Fiat prevelt geschokt dat hij wel meer dan een jaar nodig zal hebben om de herstelling te betalen.

De andere twee kijken hem vol ongeloof en onbegrip aan en vragen zich meewarig af wie er zo dom is om zo’n dure auto te kopen.

  • Facebook Social Icon
  • Twitter Social Icon
  • Facebook Social Icon
  • Twitter Social Icon