Een minister van Welzijn die nu niet inziet dat het anders moet, is zijn titel niet waardig

Artikel gepubliceerd op Knack.be

Geen grap: net op het moment dat de tweede coronagolf ongenadig op de voordeur bonst, kregen de woonzorgcentra een brief van de Vlaamse overheid in de bus. De boodschap: de geplande besparingen gaan gewoon door. Los van de cynische timing, is dit het zoveelste bewijs van de desastreuze beleidskeuzes van deze Vlaamse regering. Of hoe de neoliberale leuze 'We kunnen niet anders' ook letterlijk een dooddoener is.

We lopen achter de feiten aan

Het was nu eenmaal zo gepland. En - checks notes - we moeten snoeien om te bloeien. U kent het riedeltje ondertussen wel. Al jaren roept men dat het niet anders kan. Al jaren moet alles sneller en goedkoper. En ... al jaren zorgt die blinde besparingswoede voor een enorm verlies aan kwaliteit en effectiviteit op alle vlakken. Niet in het minst in de zorgsector.

Want terwijl onze beleidsmakers graag moord en brand schreeuwen over "de zesjescultuur" in het onderwijs, zien ze er geen graten in dat Vlaanderen afglijdt naar de staart van het peloton op vlak van zorg en welzijn. Wist u dat nergens anders verpleegkundigen zo veel bewoners tegelijk moeten verzorgen als bij ons? Dat nergens anders kinderbegeleiders zo veel kinderen samen 'bijhouden' als in onze crèches? Van residentiële opvang van personen met een handicap over bijzondere jeugdzorg tot ouderenzorg: overal lopen we achter de feiten aan.

 

Zorg is maatwerk, geen bandwerk.

Met een beleid dat onze zorg al jaren niet meer serieus neemt, is de situatie vandaag ronduit schrijnend. Een nijpend tekort aan personeel, een enorm hoge werkdruk en veel te lage lonen: dat is waar we in Vlaanderen vandaag staan. En terwijl de efficiëntietijgers graag hun steriele marktlogica verder willen doordrukken, blijven ze blind voor een essentieel gegeven: zorgen voor mensen is arbeidsintentief. Als je dat wil veranderen en als je daarin wil snijden, dan zorg je ervoor dat zorgen gewoonweg niet werkt.

Je kan de handen die voor onze ouderen, jongeren, peuters en baby's of personen met een beperking zorgen dan ook niet zomaar wegbesparen of overdragen aan robots. Ieder kind, iedere oudere, iedere beperking is anders. Zorg vraagt niet om boekhoudkundige eenheidsworst, maar om aandacht, creativiteit en mogelijkheden om op elke zorgvraag in te kunnen spelen. Zorg vraagt om een menselijke aanpak. Om maatwerk, niet om bandwerk.

 

Van rusthuis naar zorgfabriek

Toch heeft de Vlaamse overheid onze zorg halsoverkop in een fabriek veranderd: een geprogrammeerde machine waarin elke zorghandeling als 'geleverde prestatie' geregistreerd moet worden. Waarin procedures en protocollen bepalen hoe je moet zorgen en met de chronometer elke handeling tot op de seconde afgemeten wordt. Vandaag krijgen zorgvoorzieningen geld per 'afgewerkte' of 'gepresteerde' zorgbehoevende. Per aanwezigheid van een kind in het kinderdagverblijf of per ligdag in het woonzorgcentrum. En dat leidt tot perverse effecten, zoals concurrentie onder de zorgvragers- en instellingen: 'Welke zieken brengen het meeste subsidie op?' En waar er concurrentie is, zijn de mogelijkheden beperkt en is de druk hoog. Waar de zorg voor mensen op de eerste plaats zou moeten staan, maakt de sector vandaag vooral economische afwegingen, met het oog op het voortbestaan van de instelling.

Andere zorgen

Maar in plaats van de zorg efficiënter (lees: goedkoper) te organiseren, moeten we ze vooral effectiever maken. Dat kan alleen als we onze zorg fundamenteel anders organiseren. Want op dezelfde manier verderwerken met minder middelen? Dat gaat niet. Neem nu de woonzorgcentra: in sneltempo is het werk daar veranderd, maar de organisatie en het budget volgen niet.

Vroeger trokken we op 65 jaar al naar het woonzorgcentrum. We waren nog fit en monter. Het was tijd om ons te laten soigneren en te genieten van de rest van ons leven zonder zorgen. Vandaag komen ouderen pas naar het woonzorgcentrum wanneer ze zó veel zorg nodig hebben, dat ze niet meer thuis kunnen blijven wonen. Het zijn niet meer de fitte senioren die samen ne crème gaan eten in de stad. Ouderen worden niet meer stokoud in het woonzorgcentrum; ze zíjn het al wanneer ze er aankomen. Met een gemiddelde leeftijd van 87 (!) hebben ze veel meer en veel intensievere zorg nodig.

Dat betekent ook veel meer en veel zwaarder werk voor het personeel. Maar met die toenemende noden, groeiden de personeelsbezetting en werkingsmiddelen niet evenredig mee. Integendeel: sneller, efficiënter en vooral goedkoper, dat waren de nieuwe toverwoorden. De zorg werd steeds meer georganiseerd als een bedrijf, als bandwerk dat vooruit moet gaan. Steeds meer en zwaarder werk met steeds minder personeel. Het gevolg? Steeds meer personeel viel uit, waardoor de werkdruk verder steeg. Waardoor meer mensen uitvallen, enzovoort. Het zorgde voor de vicieuze cirkel waarin we ons vandaag nog steeds bevinden.

De geplande besparingen van de Vlaamse overheid zetten ons verder op die weg, op dat eindeloze straatje van tekorten, uitval en falende zorg.

 

Terug naar af?

Dat die aanpak onze zorg en onze samenleving op losse schroeven zet, is de voorbije maanden wel heel erg pijnlijk duidelijk geworden: het schrijnende tekort aan personeel en middelen overschaduwde van meet af aan deze crisis.

Gaan we dan nu, met alles wat we nu weten en wat de mensen van de zorg de voorbije maanden voor ons hebben gedaan, echt gewoon terugkeren naar de situatie van voorheen? Gaan we opnieuw met de rekenmachine en de chronometer tot op de seconde en de eurocent vastleggen hoe goedkoop het zorgpersoneel voor mensen moet zorgen? Gezien de haast bovenmenselijke inspanningen die het zorgpersoneel de voorbije maanden heeft geleverd, getuigt dat van een ongezien cynisme.

Daarom, minister Beke, is het tijd om het roer om te gooien: hou de besparingen tegen en investeer méér in de zorg. Ja, zelfs als het u om efficiëntie te doen is, want investeren in de zorg levert ons op de lange termijn als samenleving zoveel meer op. Een minister die niet inziet dat het anders moet, is zijn titel en functie niet waardig.