Heeft de hulpkas misschien hulp nodig?

Opinie gepubliceerd op Knack.be

'Bovenop het feit dat mensen thuis zitten zonder werk en in financiële problemen raken, lijkt er bij de hulpkas ook een en ander in het honderd te lopen. Wij krijgen als Leuvense schepenen steeds meer verontrustende verhalen te horen', schrijven de Leuvense schepenen Bieke Verlinden en Lalynn Wadera (SP.A).

Kent u de 'Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen' (HWV)? De HWV is een openbare instelling, deel van onze sociale zekerheid, die werkloosheidsuitkeringen uitbetaalt, voor wie niet bij een vakbond aangesloten is. Een bescherming waarvoor wij allemaal belastingen betalen, voor het geval we er ooit een beroep op moeten doen. Een bescherming ook die momenteel heel veel mensen nodig hebben, doordat ze door de coronacrisis hun job verloren of op tijdelijke werkloosheid werden gezet. Maar bovenop het feit dat mensen thuis zitten zonder werk en in financiële problemen raken, lijkt er bij de hulpkas ook een en ander in het honderd te lopen. Wij krijgen als Leuvense schepenen steeds meer verontrustende verhalen te horen.

Neem bijvoorbeeld Jozefien*. Zij verloor door de coronacrisis haar werk. Om haar werkloosheidsuitkering te krijgen, belde ze vele honderden keren naar de hulpkas. Dat leest u goed: vele honderden keren - we zagen haar oproepgeschiedenis. Maar bij de hulpkas blijft de telefoon gewoon rinkelen. Niemand neemt er op. Soms klinkt er een wachtmuziekje, om eindeloos lang naar te luisteren. Andere keren krijgt ze de boodschap dat het nummer niet in gebruik is. Op die ontelbare keren dat ze probeerde te bellen, kreeg ze twee keer iemand aan de lijn. Jozefien had sinds half augustus recht op een uitkering. "Dat komt allemaal in orde, mevrouw. Geduld."

Meer dan twee maanden later, eind oktober, ontving Jozefien nog geen cent van haar uitkering. Een inkomen waar ze récht op heeft, want ze heeft tot half augustus gewoon gewerkt en haar bijdragen aan de samenleving betaald. Vandaag is de hulpkas telefonisch en via mail nog steeds zo goed als onbereikbaar. Op de dag dat er letterlijk niet meer genoeg geld op haar zichtrekening stond om haar drie kinderen eten te geven, besloot Jozefien naar het kantoor van de hulpkas te trekken. Pas dan, toen ze haar niet meer konden negeren, kreeg ze het geld, waar ze recht op had, op haar rekening.

Eind goed al goed, zou je denken. Maar vervolgens begint hetzelfde riedeltje opnieuw. Ook om haar werkloosheidsuitkering voor oktober en november te krijgen, belt Jozefien ontelbare keren. De mails blijven onbeantwoord, de telefoon blijft eindeloos overgaan. En, echt gebeurd: een medewerker haakte zelfs gewoon in. Jozefien stuurde de foto van haar oproepgeschiedenis door: op één dag belde ze meer dan 200 keer het nummer van de hulpkas. Niet één keer nam iemand de telefoon op.

We namen de proef op de som. We belden zelf naar de hulpkas. Het resultaat? Er zijn verschillende scenario's. Bel je voor 13 uur, dan krijg je ofwel de bezettoon, ofwel kom je terecht in een keuzemenu. Doorloop je dat keuzemenu en kies je ervoor om doorverbonden te worden met een medewerker, dan gaat de telefoon over. Na enkele tonen klinkt ook bij ons de bezettoon - een medewerker haakt dan gewoon in. Bel je na 13 uur - zoals aangegeven op de website - dan loopt het helemaal mis. Want dan proberen er zo veel mensen te bellen dat de telefoonlijn ontploft.

 

Ook de maatschappelijk werkers van het OCMW van Leuven raken niet binnen bij de hulpkas. Ook voor hen speelt steeds hetzelfde scenario: een oorverdovende stilte (of een wachtmuziekje zonder eind) langs de kant van de hulpkas. Het OCMW diende begin november een klacht in via het online formulier (de enige manier, want een telefoonnummer voor klachten is er niet). We wachten nog steeds op een antwoord. Ondertussen moet het OCMW wel inspringen bij al die mensen die door de hulpkas gewoon genegeerd worden. Als hun financiële nood echt hoog is, dan keren wij deze mensen een leefloon uit in afwachting van reactie van de hulpkas. Maar het kan toch niet de bedoeling zijn dat OCMW's overal in ons land het malfunctioneren van een openbare instelling moeten opvangen met hun eigen middelen? Het gaat hier toch om een récht dat mensen opgebouwd hebben, het recht op maandelijkse ondersteuning wanneer je je werk verliest? Waarom lukt het de Hulpkas blijkbaar niet om de mensen die dit jaar, in deze vreselijke crisis, hun werk verliezen snel en menselijk op te vangen?

Al dat telefoongerinkel in het ijle daar moet toch vermoeiend zijn? Heeft de hulpkas misschien hulp nodig?

(* Jozefien is een fictieve naam om de privacy van de melder te respecteren.)