top of page

Minister Crevits, de tijd van tandje bijsteken is voorbij. U moet nú het tij keren

Sinds kort is men aan de lopende band kinderdagverblijven aan het schorsen en sluiten. Het Agentschap Opgroeien wil geen risico’s meer nemen, schrijft Bieke Verlinden (Vooruit). ‘Maar waarom maakt minister Hilde Crevits (CD&V) niet onverwijld werk van werkbaarheid, continuïteit en kwaliteit in de opvang?’

Lokale besturen, ook wij in Leuven, zijn ongerust. De stroom aan berichten over sluitingen van kinderdagverblijven werpt een enorm donkere schaduw op de toekomst. Zeker als je weet dat Leuven als centrumstad al jaren onder enorme opvangdruk staat waardoor kinderopvangplaatsen een schaars goed zijn en de wachtlijsten enkel groeien. Omdat die druk recent in de ganse sector nog toegenomen is, staan niet alleen nog meer kinderopvangplaatsen op de tocht, ook de werkdruk stijgt zienderogen.

Dat laatste leidt tot personeelsuitval, wat er dan weer voor zorgt dat nog meer kinderdagverblijven tijdelijk de deuren moeten toehouden. Want zo is het nu eenmaal: geen of onvoldoende kinderbegeleiders, dat betekent geen opvang. Kinderen op die leeftijd kunnen nu eenmaal zichzelf nog niet bezighouden. En een lang aanslepende crisis als deze zorgt er niet meteen voor dat het aantal gekwalificeerde kinderbegeleiders een boost krijgt. Integendeel.

Door die grote uitval van medewerkers moeten Vlaamse kinderdagverblijven al maanden goochelen met personeels- en opvangplanningen. Dat vraagt niet alleen grote flexibiliteit van medewerkers én ouders, maar dat heeft ook een ontzettend grote impact op de kwaliteit van de opvang.

Medewerkers, ouders en kinderen: de rek is er voor alle partijen uit.

Precies daardoor dringen zich nog meer sluitingen of inperkingen van de dienstverlening op. En dat betekent dat we afstevenen op een situatie waarbij er binnenkort gewoonweg geen opvang meer is. Dat we op een punt komen waarop de werkzaamheidsgraad in zijn totaliteit geraakt gaat worden. Want geen opvang, dat betekent ook dat ouders niet kunnen gaan werken.

Naast de grote uitval en uitstroom van medewerkers, merken alle initiatieven dat de instroom van nieuwe personeelsleden een groot probleem is. En ook al staat de personeelsvijver waaruit gevist kan worden alarmerend droog, de bevoegde minister van Welzijn grijpt niet adequaat in. Door jarenlange onderinvesteringen stroomden er geen nieuwe medewerkers in. Dat dat zich op de werkvloer wreekt, dat bewijzen de fouten die dan gemaakt worden. Gevolg? Kinderbegeleiders komen al te vaak negatief in beeld.

Die algemene beeldvorming hakt er mentaal bij alle kinderbegeleiders vandaag zwaar in. Kinderbegeleiders die al jaren dag in, dag uit, van ’s ochtends tot ’s avonds – ook in stijgende curves en strenge lockdowns – het beste van zichzelf geven, dreigen stilaan collectief in burn-out te gaan. Het vuur in hen dooft. De goesting en het enthousiasme raken ze kwijt. En die algemene moeheid zorgt dat ook de kwaliteit taant.

Doorbreek de vicieuze cirkel

Personeelstekort leidt tot minder kwaliteit omdat er nu eenmaal minder handen zijn. De continuïteit staat onder druk en daardoor worden baby’s onrustiger. Die onrust doet de druk in de leefgroepen alleen nóg meer stijgen, wat op zijn beurt leidt tot meer stress bij kinderbegeleiders en wantrouwen bij ouders. Iedereen ziet het: als de minister niet tijdig ingrijpt met positieve maatregelen en een herwaardering van het beroep van kinderbegeleider, zitten we niet alleen in een straatje zonder eind, maar dan stopt binnenkort het straatje ook met bestaan.

Kinderen opvangen vraagt een grote deskundigheid. En kinderbegeleider is een zware job. Je draagt veel verantwoordelijkheid en moet stressbestendig zijn. Je moet kinderen kunnen aanvoelen in hun individuele noden en daar ook maximaal op kunnen inspelen.

Alleen daar knelt het schoentje. Al jaren moeten kinderbegeleiders aan een hels tempo hun job proberen te doen en worden zij hiervoor ondergewaardeerd. Ze worden ingezet als toezichters aan een fabriekstempo. De tijd en ruimte die nodig zijn om kinderen te begeleiden ontbreekt gewoonweg. En dat steekt in het hart van kinderbegeleiders die niets liever zouden willen dan onze kinderen aan te moedigen om de eerste stappen in het leven op een veilige en geborgen wijze te zetten.

Maar de kaders, opgesteld door de Vlaamse minister van Welzijn, stellen hen daar niet toe in staat. En daardoor zetten heel wat gemotiveerde en fantastische kinderbegeleiders niet langer de stap richting opvang. Of erger: dagelijks stappen ook heel wat geweldige kinderbegeleiders gedesillusioneerd uit de sector. Waar is de minister die ten dienste van zijn burgers beleid moet voeren en belastinggeld moet investeren zodat iedereen zich kan blijven inzetten om van Vlaanderen de meest welvarende regio van de wereld te maken?

 

Waar zijn we allemaal om mee onze verontwaardiging te uiten over het inefficiënt en ziekmakend Vlaams beleid? We betalen toch met z’n allen voldoende belastingen om onze ministers in staat te stellen de samenleving zo te organiseren dat we allemaal maximaal onze engagementen in het leven kunnen opnemen? Dat we goed opgeleid worden om uit te blinken in onze functies en hoedanigheden, dat we onze kinderen met een gerust hart kunnen achterlaten en we veilig en op tijd op ons werk geraken? Begrijpt de minister dan echt niet dat ze zich in eigen voet schiet als straks een pak ouders minder of niet meer gaan kunnen werken? Minder arbeid betekent: minder inkomsten, met als gevolg een lagere heffingsgraad aan personenbelasting. U raadt het al: dat betekent dat er nóg minder investeringen kunnen gebeuren in cruciale en essentiële diensten zoals opvang, onderwijs, zorg en mobiliteit. Kijkt deze Vlaamse regering dan echt nooit vooruit?

Minister Crevits, u moet nu het tij keren. De tijd van een tandje bijsteken is voorbij. U moet het stuur onmiddellijk volledig omgooien en voluit investeren in baby’s en peuters. Alleen zo zorgen we samen voor de mooie Vlaamse toekomst waar deze regering zo graag over spreekt. Tijd om de daad bij het woord te voegen en kinderbegeleiders, ouders en kinderen te geven waar ze recht op hebben: degelijk beleid.

bottom of page