N-VA wil de eenzaamheid bestrijden die ze met haar beleid zelf veroorzaakt

Dit opiniestuk verscheen op knack.be

Dat de communicatie van N-VA en het echt gevoerde beleid van de partij vaak niet overeenstemmen, is al lang geen nieuws meer. Steeds vaker halen mensen de schouders op bij zoveel komedie. Maar alles zomaar laten passeren, dat gaat niet. Zeker niet wanneer de partij die het sociale weefsel van ons land onophoudelijk aanvalt en mensen voortdurend tegen elkaar opzet, zich probeert te profileren als sociale partij. Met haar meest recente poging - verkondigen dat ze de eenzaamheid gaat bestrijden - wordt het gapende gat tussen wat de partij zégt en wat ze werkelijk doet pijnlijk duidelijk. En dat is, zeker gezien het belang van het thema, erg schrijnend.

'Eenzaam loop ik over straat, het is al kwart voor tien. Zal ik je ooit nog wederzien?' De aanhef van een van de vele prachtige liedjes van Ann Christy geeft het aan: iedereen kan zich op zijn eigen manier, op verschillende momenten, in allerlei situaties, door uiteenlopende oorzaken eenzaam voelen. Eenzaamheid heeft vaak te maken met een gevoel van onbegrip. Onbegrip door zich niet erkend, niet gezien of niet gewaardeerd te weten. En dat is iets waar we als samenleving mee verantwoordelijkheid voor dragen. Want enkel als we aandachtig, begripvol en opmerkzaam voor elkaar zijn, bouwen we aan een zorgzame samenleving. En dat gebeurt met vallen en opstaan: door te leren omgaan met verschil en het te waarderen, in plaats van het weg te zetten als afwijkend van dé norm.

Maar daarin slagen we steeds minder, omdat onze samenleving steeds meer geneigd is om mensen in hokjes op te delen. Met politieke partijen aan de macht die zichzelf tot norm bombarderen, voortdurend anderen met de vinger wijzen en communicatiestrategieën op het getouw zetten om de bevolking uit verband te spelen, viert het wij-zij denken meer dan ooit hoogtij. In een klimaat dat blinde besparingen predikt en een economisch beleid vooropstelt dat waarden als nabijheid, verbondenheid en veelzijdigheid vervangt door een neoliberale ideologie met enkel oog voor marktprincipes, daar nemen ongelijkheid, concentratie van rijkdom en uniformiteit het over. Het mag niet verbazen dat zo'n politiek tot onbegrip en uitsluiting leidt. En dat zo'n beleid dus ontzettend veel eenzaamheid veroorzaakt.

Verkiezingen in zicht

Ik kon deze week dan ook niet anders dan meewarig het hoofd schudden toen N-VA-voorzitter De Wever met uitgestreken gezicht kwam vertellen dat hij eenzaamheid wil bestrijden. Uitgerekend de partij die gretig het middenveld uit elkaar speelt, zowat elk verworven recht opnieuw voorwaardelijk en tijdelijk maakt en de bosmaaier heeft gezet in de subsidies voor opbouworganisaties en verenigingen. Jazeker, de partij die strijdt voor de afbouw van de sociale zekerheid, die het individuele schuldmodel proclameert en afgunst en onbegrip zaait, trekt nu - net voor de verkiezingen - plots het sociale gewaad aan. N-VA wil dus de eenzaamheid aanpakken die de partij zelf veroorzaakt.

Het lijkt N-VA al die jaren compleet ontgaan te zijn dat je eenzaamheid bestrijdt door voortdurend in te zetten op ontmoeting en betekenisvol contact, door het verbinden van de gemeenschap en het versterken van gedeelde maatschappelijke en sociale vaardigheden? Eenzaamheid is een heel veelzijdige problematiek die bij uitstek door het welzijnswerk wordt opgenomen - was de partij daarvan niet op de hoogte toen ze er duchtig op bespaarde? Iedere welzijnswerker heeft immers impliciet de opdracht om eenzaamheid te voorkomen of zo veel mogelijk te vermijden. Zoiets gebeurt vanuit lokale netwerken, maar om zulke netwerken te vormen moet je organisaties hebben met bestaansrecht, die je waardeert in hun visie en missie. Bovendien moeten die organisaties in vertrouwen kunnen samenwerken en zich geen concurrenten voelen van elkaar.

Beleid vs. communicatie

Dat soort aanpak kan haast niet verder staan van het beleid dat N-VA voert. Zeggen dat je eenzaamheid wil bestrijden, dat kan iedereen en klinkt natuurlijk goed. Maar dat de Antwerpse burgemeester geen kaas heeft gegeten van sociaal en welzijnsbeleid toont de realiteit in zijn stad dagelijks aan. Naast wat zijn partij al wegbespaarde aan verenigingen en welzijnsorganisaties, was híj het wel die de daklozenopvang in zijn stad door een private beveiligingsfirma wou laten organiseren. En denkt hij werkelijk dat je met de aankoop van dure politiesnufjes verbinding maakt met mensen? Waarom koos hij - als hij het écht meent met de eenzaamheid in zijn stad - er niet voor om zijn politiekorps te laten aangroeien met verbindingsagenten die werken tussen en met de buurtwerkers en welzijnswerkers?

Nee, de voorkeur van N-VA ligt elders: bij stoere tanks die de Antwerpse straten moeten bezetten. In plaats van te bouwen aan waardevolle netwerken en menselijke contacten, die echt een verschil maken, en zijn politie van de nodige mensen en middelen te voorzien om ondersteunend, zorgend en op maat te werken, speelt De Wever liever stratego met belachelijk dure pantsertanks die met veel toeters en bellen aangekocht werden en nu werkloos aan de kant staan omdat ze niet verzekerd geraken. Met het gespendeerde bedrag en de onderhouds- en afschrijvingskosten van deze machinerie konden minstens 5 vaste politiewerkers voor onbepaalde duur aangeworven worden. De Wevers beleid is een schoolvoorbeeld van hoe je megalomaan investeert in schijnveiligheid.

Zijn partijgenoot en minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon treedt hem daar graag in bij: hij vindt dat de politie zich niet moet bezighouden met 'banaliteiten' als doelgroepenwerking en dat onze veiligheid vooral goedkoper moet door politietaken te privatiseren.

Een aandachtige stad met burgers en organisaties die open staan voor de ander, bouw je door mensen, zo ongezien mogelijk, aan te moedigen om elkaar beter te leren kennen. Dat doe je door ontmoeting op alle mogelijke manieren te stimuleren: via gezinsondersteuning, aan de schoolpoort, door buurtinitiatieven aan te moedigen en bijvoorbeeld de toegang tot kinderopvang te vergroten. Maar ook door taboes te doorbreken rond minder voor de hand liggende thema's waar eenzaamheid sterk mee samenhangt: rouw en verlies, dementie, echtscheiding, psychische kwetsbaarheid, overmatig alcoholgebruik enzovoort. Door laagdrempelige activiteiten te organiseren of zulke initiatieven te stimuleren bij de organisaties in je stad die bondgenoot en partner zijn in dit verhaal. Want als stad bestrijd je de eenzaamheid natuurlijk niet alleen.

De stad is per definitie een netwerkmakelaar. Goed lokaal bestuur brengt al die partners voortdurend samen rond allerlei thema's en problematieken. Zo nemen we samen verantwoordelijkheid op. En bouwen we netwerken rond mensen, zeker rond zij die moeilijkheden ervaren. We gooien ramen en deuren open om betrokkenheid en samenwerking te realiseren. Om iedere burger te waarderen en te ondersteunen in het samenleven. Zo bouw je aan een stad die aaneenhangt. Dat is de aanpak die ik als schepen van sociale zaken in Leuven hanteer. Een niet-aflatende samenwerking waar we van onderuit elkaar vooruit stuwen en met zoveel mogelijk partners iedereen de hand reiken. Een beleid dat niet gewoon wat in de pers staat te toeteren over eenzaamheid, maar er dagelijks keihard aan werkt om iedereen aan boord te houden.