Er dreigt een hartstilstand voor onze zorg

Dit opiniestuk verscheen op knack.be 


 

Een goede gezondheid. We wensen het elkaar bij de start van ieder jaar, bij iedere verjaardag, en sinds corona ook gewoon zomaar. Gezondheid is zó allesomvattend dat we haar al te vaak voor vanzelfsprekend nemen. Tot we haar verliezen. Dan verandert ons hele leven.

Hetzelfde geldt voor de sector en de mensen áchter die gezondheid: de zorg. In crisistijd hebben we gezien hoe essentieel die zorg is. Zorg maakt al de rest in de samenleving mogelijk. Dat er wordt gezorgd voor ons wanneer we ziek worden, voor onze kinderen om op te groeien terwijl wij aan het werk zijn, voor onze ouders wanneer zij dat zelf niet meer kunnen, voor onze werknemers wanneer ze ziek worden of een ongeval hebben. Zorg is het hart van onze samenleving. En net zoals we doorgaans ons eigen hart voor vanzelfsprekend nemen, ervan uitgaan dat het dag in dag uit blijft kloppen, zo ook zijn we gewend dat er zorg is. Dat we naar het ziekenhuis kunnen als we ziek zijn, dat we naar het rusthuis kunnen als we oud zijn. Dat vinden we vanzelfsprekend.

En net zoals ons hart, wanneer het te lang onder te hoge druk staat, stevent onze zorg stilaan af op een hartstilstand. En dan verandert ons hele leven.

De zoveelste Pano
Er gaat nauwelijks een dag voorbij zonder berichten over de alsmaar stijgende personeelstekorten in de zorgsector. In het UZ Brussel had de afdeling kinderoncologie niet meer genoeg personeel om nog nieuwe kankerpatiëntjes te behandelen. In juli kwam het nieuws dat het aantal burn-outs in de zorgsector tussen 2018 en 2021 verdubbeld is. Vlaamse ziekenhuizen en woonzorgcentra moeten hun aanbod afbouwen door personeelstekort. De kinderopvang is in crisis. Het aantal bedden op geriatrie, revalidatie en intensieve zorg daalt. En deze week was er weer een alarmerende Pano-reportage, nu over het gebruik van antipsychotica in woonzorgcentra. Maar liefst 1 op de 3 ouderen in woonzorgcentra krijgt antipsychotica toegediend. Niet steeds omdat ze symptomen hebben die daarom vragen. Wel omdat ze ‘moeilijker’ gedrag vertonen, bijvoorbeeld doordat ze dementie hebben en zich angstig voelen. Verhuizen naar een woonzorgcentrum is nu eenmaal een ingrijpende levensgebeurtenis. We weten dat bepaalde activiteiten, kleine hulpmiddelen of gewoon een luisterend oor die ‘gedragsproblemen’ kunnen verminderen. Maar daarvoor is er vandaag niet genoeg personeel. Antipsychotica zijn dan een gemakkelijke, goedkope en ‘efficiënte’ oplossing. 

Sinds de Pano worden er concrete oplossingen opgeworpen voor de overmedicatie in woonzorgcentra. Maar we moeten ook het grotere plaatje in vraag durven stellen: de manier waarop we onze zorg organiseren. Want zolang je de basis niet versterkt, zullen er wantoestanden ontstaan. De zorg moet opnieuw tijd, ruimte en vertrouwen krijgen om met zorgzaamheid en menselijkheid te zorgen, niet met de chronometer en de rekenmachine in de hand. Daarom wil ik ook enkele structurele oplossingen opwerpen.

 

Omarm inefficiëntie
Wat niet helpt, is dit probleem proberen oplossen door nóg meer efficiëntie te willen (lees: nog minder zorgverleners nog meer werk laten doen). Zorg is in haar essentie inefficiënt, het kan geen bandwerk zijn. Zorg is ook emotioneel, onverwacht en ongepland: een babbel, iemand troosten, vragen stellen en je buikgevoel volgen. Zorg is niet de thuisverpleger die van huis naar huis moet hollen en een paar minuten per persoon heeft. Zorg is niet de verzorgende die iemands tanden moet poetsen terwijl die in bad zit om tijd te sparen. Het is niet mensen verlammen met medicatie omdat het meer tijd en personeel kost om andere oplossingen te zoeken. Dan ben je niet meer aan het zorgen: dat maakt de job van zorgverleners stresserend, onmenselijk en vervreemdt hen van hun werk. Hét recept voor burnout. 

 

Hart en ziel, én kennis
Wat ook niet helpt, is de kwaliteit van de zorg verder verlagen door minder verwachtingen te stellen aan wie in de zorg gaat werken. Dat is het omgekeerde van meer waardering voor de job van zorgverlener. Het overbelast niet alleen nog méér het zorgpersoneel dat deze mensen, die niet de juiste opleiding hebben gehad, intensief moet begeleiden, maar ook die mensen zelf. Zij worden in een complexe en veeleisende job gegooid zonder voldoende vorming en kunde. Naast hart en ziel mag expertise niet ontbreken.

Investeren, niet privatiseren
De Vlaamse regering (CD&V, N-VA en OpenVLD) probeert sinds 2021, toen in volle coronacrisis, de deur open te zetten voor de privatisering van onze zorg. Dat wil zeggen dat de private markt (bijvoorbeeld grote vastgoedspelers) zich meer met zorg zou kunnen gaan bemoeien en er winst uit kan gaan slaan. Maar zorg is een kerntaak van de overheid, zodat ze toegankelijk en betaalbaar voor iedereen is. De publieke zorg beschermt ons basisrecht op gezondheidszorg in alle omstandigheden voor iedereen. Door dat recht te verkopen aan de private markt, zal de zorg niet meer ten dienste staan van de samenleving. Prijzen zullen stijgen, voor zorgvragen die te complex en dus te duur zijn zal er geen oplossing meer zijn – of je zal je blauw moeten betalen zoals nu al het geval is in de VS of het VK. Als de Vlaamse regering echt bekommerd is om de zorg, dan veegt ze haar privatiseringsplannen van tafel. 

De cijfers tonen ook gewoon zwart op wit dat publieke zorg meer handen aan het bed plaatst, en dat zorgverleners er dus in betere omstandigheden werken. In 2019 stonden er in publieke woonzorgcentra 44 personeelsleden per 100 bewoners. In private woonzorgcentra slechts 33. Privatisering leidt enkel tot meer van wat in de Pano-reportage getoond werd. 

Vermijd de hartstilstand
We hebben kortom een serieuze opwaardering nodig. Er zijn gelukkig nog steeds mensen die er met hart en ziel voor gaan. Maar waarom zou je ervoor kiezen als je steeds minder voldoening uit je werk kan halen, de waardering en verloning elders stukken beter is, de werkdruk vergelijkbaar of zelfs lager, en de werkuren comfortabeler? We zien zorg vaak als een roeping en dus als iets waar mensen maar inherente motivatie en voldoening uit moeten halen. Maar het is ook zwaar, complex, fysiek en mentaal veeleisend werk dat navenant gewaardeerd zou moeten worden. Als het zo essentieel is als we allemaal zeiden in 2020, dan moet dat ook blijken in daden. Genoeg ‘oplossingen’ die enkel het probleem verplaatsen. Zolang de werkomstandigheden zelf niet verbeteren, zullen mensen niet in de zorg blijven. Als we een complete hartstilstand van de zorg willen voorkomen, dan moeten we er nú beter voor beginnen zorgen.