Wat met de ouders die thuiswerken combineren met de voortdurende zorg voor jonge kinderen?

Dit opiniestuk verscheen op knack.be

Over de communicatie die de Veiligheidsraad afgelopen vrijdag 24 april de wereld in stuurde, is ondertussen heel wat inkt gevloeid. Over de aanpak kan veel gezegd worden. Hij was op zijn zachtst gezegd wat ongelukkig. We bleven achter met heel wat vragen: wat met de bezoeken in woonzorgcentra, die de week voordien op het nippertje ingetrokken werden? Wat met het sociale aspect van deze crisis? Wanneer gaan we elkaar terugzien? Maar wat me het meest frappeerde: wat met de zovele ouders die momenteel thuiswerken combineren met de dagelijkse, voortdurende zorg voor kleine kinderen: kleuters, baby's en peuters?

Deze ouders zaten die vrijdag, na alweer een hectische dag, aan het scherm gekluisterd. De vele balletjes die zij al weken in de lucht houden eisen hun tol. Het is en blijft niet normaal om tussen vier muren alle rollen die je in het leven opneemt te combineren. De zorg voor onze allerkleinsten is zwaar en vraagt permanente aandacht die op zo veel manieren verdeeld moet worden. Vele ouders dragen zo hun steentje bij aan de verdere bestrijding van het coronavirus. Maar hun rek is eindig en ze hebben dringend nood aan perspectief en duidelijkheid.

Kunst- en vliegwerk van de bovenste plank

In de zee aan informatie die vorige vrijdag op hen afkwam, zat niet het perspectief waarop ze hadden gehoopt. Kleuterscholen blijven dicht en de opvangsituatie voor baby's en peuters blijft ongewijzigd. In principe is die kinderopvang nooit gesloten geweest. Maar nationale maatregelen hadden een sterk ontradend effect om de kindjes erheen te sturen. Net als in de scholen geldt er het principe van noodopvang: kinderdagverblijven en onthaalouders kregen de richtlijn om enkel kindjes van ouders in zorg- of essentiële beroepen op te vangen. Aan ouders werd gevraagd om de kinderen zo veel mogelijk thuis te houden. Maar hoe verwachten we dat ze die opvang doen als werkende ouders, ook al is het van thuis uit? De opvang van de allerkleinsten is al een voltijdse dagtaak. Daarmee ook nog je job combineren vraagt kunst- en vliegwerk van de bovenste plank.

Grootouders: gezelliger en goedkoper?

Al zeven weken werken jonge gezinnen zich uit de naad. Grootouders mogen niet worden ingeschakeld en een verlichtend bezoekje behoort niet tot de opties. Ook jonge grootouders, die vaak zelf nog actief zijn op de arbeidsmarkt, kunnen vanwege de strikte contacten niet worden ingeschakeld. Erger nog: het vooropgestelde perspectief is dat we in de toekomst nog goed gaan moeten nadenken over hoe we de omgang tussen kleinkinderen en hun grootouders organiseren. Grootouders krijgen op vele wijzen de boodschap dat zij in de toekomst best tweemaal nadenken voor ze risico's in huis halen of zorgtaken opnemen.

Maar wat met het adagium van "de kracht van de informele zorg die gemobiliseerd moet worden", weet u nog, een van de uitgangspunten van de laatste jaren: de vermaatschappelijking van de zorg. Een principe dat gezelliger en goedkoper zou zijn. Want de snipperdagen die grootouders gebruikten voor de zorg voor de kleinkinderen, zijn uitgespaard binnen de kinderopvang die de overheid moet organiseren.

Zo veel ouders doen hun stinkende best

Kijk, ofwel stel je ouders van kleine kinderen gerust en bied je hen een realistisch perspectief, ofwel kom je met een compensatieplan. Een plan dat ouders toelaat om tijdelijk, zonder financiële kopzorgen, hun professionele activiteiten te verminderen. Zonder dat dit impact heeft op hun werkzekerheid. Technische werkloosheid is momenteel een initiatief van de werkgever. Een werknemer kan er niet voor kiezen.

Wees eerlijk. Zorgen én tegelijkertijd werken: dat gaat niet. Er moet een signaal komen van begrip, en een garantie dat er in de toekomst méér geïnvesteerd zal worden in bijkomende kinderopvang die betaalbaar, kwalitatief en toegankelijk is voor elk kind. Maar dan spreken we natuurlijk van een sterke overheid. Een overheid die met een investeringsplan komt om voor elk kind opvang te garanderen. Want bij gebrek aan grootouders of een familiaal netwerk om de opvangpuzzel te leggen, zullen de lange wachtlijsten in de Vlaamse kinderopvang na de coronacrisis nog flink aangroeien. De uitbouw van het aantal opvangplaatsen in een kwalitatieve, betaalbare én werkbare setting blijkt momenteel evenwel geen prioriteit van minister Wouter Beke.

Ook baart het me zorgen dat we in nieuws- en duidingsprogramma's vaak te horen krijgen dat klagende ouders overdrijven. Nu komt de overheid plots met de verklaring dat de opvang voor baby's en peuters toch nooit werd gesloten. De praktijk leert ons echter dat de afgelopen periode de bezettingsgraad in de opvanginitiatieven gemiddeld 5% was, met af en toe een piek van een schamele 10%! Dat is historisch laag en betekent dat ouders die in niet-essentiële diensten stonden hun stinkende best gedaan hebben om hun kinderen thuis te houden. Nogmaals: bijna altijd in een poging dat te combineren met hun werk. Voor hen is het een slag in het gezicht nu te moeten horen dat ze niet moeten klagen.

Onduidelijkheid

Beste ouders van jonge kinderen, ik denk voortdurend aan jullie. Want ik weet: het is als ouder op dit moment echt niet makkelijk. Mijn beide kinderen gaan ondertussen naar de lagere school. Maar mijn dochter uit het tweede leerjaar ziet, net als wij, het bos door de bomen niet meer. Zij zit in een graadklas (eerste en tweede leerjaar samen) met 15 kinderen. Toen ze hoorde dat de scholen zouden heropstarten met 10 leerlingen per klas, wierp ze spontaan op dat ze dan misschien geen les meer ging krijgen van haar vertrouwde juf. Die kan zich toch niet in twee splitsen? Nu men eerder deze week al terugkrabbelde op het aantal leerlingen per klas (dan toch 14 leerlingen per klas) denkt ze dat zij het enige kindje uit haar klas zal zijn dat naar een andere klasgroep en leerkracht gestuurd zal worden. Dat geeft stress en onnodige spanningen in huis die momenteel haar preteachingsmomenten overschaduwen. En dat haar broer, die in het vierde zit, nog niet naar school mag, botst dan weer met haar rechtvaardigheidsgevoel.

Vergeet thuiswerkende ouders niet

Daarom een oproep aan onze overheid: laat jonge grootouders opnieuw, met de nodige voorzorgen voor de gezondheid en veiligheid, hun kleinkinderen opvangen op hun vertrouwde manier. Geef duidelijkheid en communiceer heel specifiek over de kinderopvang voor thuiswerkende ouders.

De sector van opvanginitiatieven zit niet stil, en zal zich in functie van het vandaag gelanceerde doorstartplan door het Agentschap Opgroeien verder organiseren, herdenken en heruitvinden. Maar het perspectief van ouders die allebei van thuis uit werken en dit moeten combineren met de zorg van kleine kinderen blijft loodzwaar. De nood aan meer duidelijkheid rond informele opvang bij grootouders in deze situatie blijft. Waar ligt het verschil tussen een bezoek en opvang bij grootouders die niet tot de risicogroep behoren?

Het is verwarrend om dan via federaal crisiscentrum te horen dat "een gewoon bezoek aan de grootouders in geen geval toegelaten is'. Maar dat er tegelijk meteen bijgezegd wordt 'dat indien grootouders jonger zijn dan 65 en in goede gezondheid verkeren wel hun kleinkinderen mogen opvangen indien er geen andere alternatieven zijn en de ouders bijvoorbeeld gaan werken zijn."Het blijft ook erg vaag geformuleerd dat 'ouders zonder enige andere opvangmogelijkheid' hun kind wel naar de kinderopvang mogen brengen.

Daarom raad ik iedereen die de combinatie thuiswerk en gezin boven het hoofd begint te groeien aan om contact op te nemen met je opvanginitiatief. Geef duidelijk je noden aan. Laat weten of je geleidelijk of meteen weer voltijds wil opstarten om je kind te brengen. Er zijn oplossingen, op maat en voor iedereen. Je staat niet alleen. We moeten hier samen door.