Werkloosheid daalt in grootste deel van het land, maar niet in regio Leuven

De stad Leuven telde eind 2017 exact 3.703 werklozen. Dat is 3,6 procent meer dan eind 2016. Opvallend, want in het grootste deel van Vlaanderen nam de werkloosheid het voorbije jaar af. “Nochtans zijn hier zeer weinig faillissementen”, zegt schepen van Werk Bieke Verlinden (SP.A).

 

In elf van de 33 gemeenten van de regio Leuven-Hageland nam het aantal werklozen vorig jaar toe. In absolute cijfers gaat het zelden om grote aantallen, maar toch is het opvallend, want in Vlaanderen is er een gemiddelde daling van 5,9 procent tegenover eind december 2016. Maar in onze regio stijgt het aantal werklozen in Hoeilaart, Kampenhout, Haacht, Rotselaar, Begijnendijk, Holsbeek, Tielt-Winge, Bekkevoort, Lubbeek, Leuven en Hoegaarden. Bekkevoort scoort het slechtst, met een toename van maar liefst 11,5 procent.

Hoge toename van werkloosheid heeft vaak te maken met faillissementen, maar die waren er dit jaar amper in de regio. “Integendeel”, zegt Leuvens schepen van Werk Bieke Verlinden(SP.A). “De regio rond Leuven heeft eigenlijk een stabiele arbeidsmarkt. Dat komt door de aard van onze bedrijven. Door de aanwezigheid van ziekenhuizen als Gasthuisberg, of onderwijsinstellingen als de KU Leuven, zijn er altijd veel jobs. In sectoren als onderwijs en zorg zijn altijd werkkrachten nodig.”

Taalbarrière

Maar waar komt die stijging aan werklozen dan vandaan? Volgens Willem Vansina van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) heeft het deels te maken met de vluchtelingencrisis en die analyse ziet schepen Verlinden duidelijk bevestigd

in Leuven. Niet dat hier meer vluchtelingen aankwamen dan elders in Vlaanderen. “Maar door de aard van de bedrijven in onze regio, is het moeilijker om die mensen aan een job te helpen”, zegt ze. “We weten dat het een knelpunt is in onze regio. Om te kunnen werken in de dienstensector zijn bepaalde, soms zeer specifieke opleidingen nodig. Vaak vormt de taal al een eerste barrière. Om de vluchtelingen te helpen integreren en aan een job te helpen, moeten ze dus eerst Nederlands leren, dan een opleiding volgen en pas dan kunnen ze aan de slag. Daar verlies je heel veel tijd mee.”

Volgens Verlinden is het belangrijk om extra in te zetten op taallessen. Stad Leuven heeft daarom samen met het OCMW het project 'Taalvloeren' op poten gezet. Daar worden de stappen 'taallessen' en 'opleiding' samengevoegd. “We geven in de voormiddag taallessen en in de namiddag zetten we die voort, maar dan op de werkvloer. Zo leren de inwijkelingen de taal meteen in de praktijk om te zetten, in een werksituatie”, zegt Verlinden. Het project is nog niet lang bezig, maar volgens Verlinden is er nu al invloed merkbaar. “We kijken dus zeker niet met lede ogen toe.”

Hannelore Smitz ■