Wie De Lijn op droog zaad zet, zal niet meer mensen verleiden om de tram of de bus te nemen

Een Vlaamse mobiliteit die zorgt voor een beter milieu, een gezondere samenleving en een meer duurzame economie, daar droomt u toch ook van? Dan begrijpt u als geen ander hoe belangrijk de uitbouw van een performant openbaar vervoer is. Alleen wil deze Vlaamse regering niet echt meewerken. De manier waarop dit beleid De Lijn stiefmoederlijk behandelt is daar een pijnlijk voorbeeld van. Want daar is die droom in vijf jaar tijd een ware nachtmerrie geworden.

De wilde besparingen op kap van de reizigers, het personeel, de bussen en trams waren rampzalig voor de dienstverlening en tevredenheid. En het houdt niet op. Nu moeten zelfs de bakstenen van De Lijn eraan geloven. Jawel, als ultieme poging om het rendement te verhogen, heeft De Lijn beslist om een deel van haar Leuvens patrimonium op de privémarkt te verhuren. En het personeel? Dat moet wat verderop in containers aan de slag. Hoe is het zo ver kunnen komen?

Ben en Marc, hallo?

Hadden Ben Weyts (Vlaams minister van Mobiliteit) en Marc De Scheemaecker (voorzitter van de raad van Bestuur van De Lijn) niet beloofd de Vlamingen te willen verleiden om vaker de tram en bus te nemen? Natuurlijk, maar ze hielden hun woord niet. Meer zelfs: De Lijn werd op droog zaad gezet. De vervoersmaatschappij moest het de voorbije vijf jaar met steeds minder doen om trams en bussen te laten rijden.

Minder middelen om pendelaars vlot aansluiting te laten vinden tussen thuis en het werk. Om grootouders naar hun kleinkinderen of vrienden te brengen met hun 65+-kaart. En om studenten naar de les voeren. Nee, De Lijn moest er de voorbije jaren vooral voor zorgen dat de reizigers meer geld in het laatje brachten. De kostendekkingsgraad werd belangrijker dan de klantentevredenheid. Mensen in verleiding brengen zat er niet meer in. De gevolgen lieten niet lang op zich wachten: het openbaar vervoer in Vlaanderen is er vandaag slechter aan toe dan ooit. Het personeel moet meer dan ooit staken om gehoord te worden en de klantentevredenheid staat op het laagste niveau sinds het begin van de metingen. Reizigers klagen en haken af. Nee, in de droom van een betaalbaar en stipt openbaar vervoer duiken figuren als Ben Weyts en Marc De Scheemaecker niet op.

Verrottingsstrategie

Chauffeurs, technici, kaderleden en zelfs onderaannemers spreken dan ook vaak van een verrottingsstrategie als het over De Lijn gaat. Dit beleid snijdt zo ongemeen diep in het budget dat het lijkt alsof de Vlaamse regering er geen geheim van wil maken dat ze De Lijn liever plaats zou zien ruimen om private spelers de vervoersmarkt te laten betreden in 2020. Dat privatisering nagenoeg altijd gelijk staat aan duurder en minder goed, is voor de huidige Vlaamse regering slechts bijzaak.

Die strakke budgettaire strop drijft De Lijn nu tot extreme ingrepen. Om de meubels te redden, wil men in Leuven nu zelfs het prachtige De Lijn-gebouw van architect Manuel de Sola-Morales leegmaken en op de private markt zwieren. Daarmee zijn we beland in een situatie die mijlenver af staat van de visionaire kijk op openbaar vervoer waarmee dit gebouw zo'n 20 jaar geleden aan het station in Leuven werd ingeplant.

Waar is de visionaire kijk?

In 1996 wist men bij De Lijn al dat het een prima idee zou zijn om de provinciale zetel van Vlaams-Brabant te verplaatsen naar het station van Leuven. Dat was één van de meest toekomstgerichte beslissingen die De Lijn ooit nam. Dichtbij de klanten, de lokale besturen en de Vlaamse collega's van de afdeling ruimtelijke ordening, mobiliteit en wegen en verkeer. Men wist vooral heel goed dat een dienstverlenende organisatie pas succesvol is wanneer ze kan rekenen op de meest competente medewerkers. In die periode slaagde De Lijn er dan ook vlot in om het aantal reizigers in de regio Leuven te vervijfvoudigen (!): een ongezien succes in het openbaar vervoer en de aanzet voor de broodnodige shift in de manier waarop mensen zich verplaatsten. De Lijn begreep toen dat millennium-werknemers niet meer zitten wachten op een bedrijfswagen, maar een werkruimte willen die vlot bereikbaar is met de fiets en het openbaar vervoer. Een omgeving waar mensen elkaar graag ontmoeten en die creativiteit stimuleert, kortom: waar je je werk als een voorrecht beschouwt.

Ondertussen staat Het Lijnhuis van Leuven - dat wel eens de 'Rode Olifant' wordt genoemd - al deels leeg en te huur. Pijnlijk voor een gebouw dat symbool staat voor het succes van De Lijn in Leuven.

Containers

Om Het Lijnhuis te kunnen vermarkten, bestelt De Lijn nu containers voor haar werknemers in Leuven. Grote grijze kisten om in te werken. De focus van dit beleid ligt dus duidelijk niet in het aantrekken van competente medewerkers in een stimulerende werkomgeving om het openbaar vervoer naar nieuwe hoogten te tillen. Het is voor De Lijn belangrijker geworden om op korte termijn winst te maken door haar Leuvens patrimonium te verhuren aan de privé.

De plaats die voorzien is om die containers te plaatsen, is niet vrij van symboliek. Aan de onaantrekkelijke treinspoorbundel in Kessel-Lo is niets terug te vinden van de originele grandeur. Je medewerkers in containers laten werken en je gebouwen aan de privé verhuren getuigt niet bepaald van een toekomstvisie of enig perspectief, laat staan van het geloof in de eigen kracht. Het past alleszins perfect in de strategie om De Lijn uit te faseren tegen 2020.

Spookhuis of Mobispace?

In tegenstelling tot de Vlaamse verrotingsstrategie, wil ik investeren in openbaar vervoer en blijven inzetten op De Lijn. We moeten opnieuw ambitieus zijn en van het Lijnhuis een Huis van de mobiliteit maken. Een plek waar al wie het goed meent met onze mobiliteit samenwerkt aan een toekomstvisie en een toekomstplan voor de Leuvense vervoersregio. Want we mogen de droom niet laten begraven door privatisering. We moeten ze laten uitgroeien tot een goed functionerende werkelijkheid.

Laat ons het afbraakbeleid van N-VA, bij monde van Ben Weyts, zo snel mogelijk opnieuw keren, de bestelling van die containers annuleren en de meest deskundige en gedreven medewerkers samenbrengen om in een Mobispace te werken aan het meest ambitieuze, baanbrekende, gedurfde, milieuvriendelijke en gezonde mobiliteitsplan voor de vervoersregio Leuven.