Extra, Opinie, Zorg

Heel wat kwaliteit, die jarenlang in de zorgsector werd opgebouwd, dreigt verloren te gaan

DelenShare on FacebookTweet about this on Twitter

viralfilm foto‘Als de informele zorg meer en meer de professionele zorg moet vervangen, dan schuift de overheid één van haar kerntaken van zich af’, schrijven Bieke Verlinden en Mario Vanhaeren naar aanleiding van de Dag van de Zorg.

Dit opiniestuk verscheen op knack.be

Sinds 1 januari 2017 worden voorzieningen en diensten die personen met een beperking huisvesten of ondersteunen niet langer gesubsidieerd. Alle middelen werden ‘persoonsvolgend’: de persoon met een beperking ontvangt zelf het geld en kan zelf zorg inkopen. De eigen regiegedachte staat hierbij centraal. Dat zou in theorie meer vrijheid en autonomie moeten opleveren, maar is in de praktijk lang geen schot in de roos.

Het westen is al een hele poos in de ban van autonomie, individualisme en zelfregie. Terwijl we in het naoorlogse Europa het concept van een rechtvaardige samenleving centraal stelden, het beleid er zoveel mogelijk op gericht was om inclusie te realiseren en solidariteit en sociale rechten speerpunten waren, ligt de focus vandaag op een streng efficiëntiebeleid dat vanuit louter economische motieven vertrekt.

Onder invloed van het neoliberale denken heeft onze democratische orde zowat alles wat ‘sociaal’ is in regeltjes gegoten. Een ‘voor-wat-hoort-wat’-mentaliteit staat voorop. Plichten gaan rechten vooraf. Wanneer er sprake is van afhankelijkheid, dan gelden strenge voorwaarden die nauwkeurig in de gaten worden gehouden door een wantrouwige administratie. Men gaat er immers van uit dat mensen de neiging hebben om te profiteren. Programma’s voor sociale welvaart worden geschrapt als gevolg van het narratief van de reductie van overheidsschuld. Het collectieve denken over verantwoordelijkheden en basisrechten raakt ondergesneeuwd door een politiek die alles aan de kant schuift voor marktwerking. Tegelijk wordt heel wat dienstverlening afgebouwd. Die besparingsreflex – in combinatie met een ongekende efficiëntiefetisj – verliest al te vaak de lange termijn uit het oog. Dat heeft voor heel veel mensen een verwoestende impact. Dat geldt eveneens voor hun directe omgeving.

Dit gaat bij uitstek op voor de zorgsector. Vanuit het blinde streven naar zoveel mogelijk onafhankelijkheid van de patiënt of zorgbehoevende, vergeet men al eens het recht op afhankelijkheid, om iets niet alleen te kunnen doen, om hulp en zorg te vragen aan anderen. Het klinkt vandaag bijna als vloeken in de kerk, maar het ontbreekt tegenwoordig aan een pleidooi voor sociale rechten. Er zijn nu eenmaal basisrechten die niet ter discussie kunnen gesteld worden en die niet verder mogen afgebouwd worden.

In een samenleving waarin de ‘vermaatschappelijking van zorg’ opgang maakt en systemen als de ‘persoonsvolgende financiering’ de toekomst uitmaken, is dergelijk pleidooi meer dan ooit nodig.

Vermaatschappelijking van de zorg

Wat is dat nu eigenlijk, de vermaatschappelijking van de zorg? De minister van welzijn stelt – helemaal in de lijn van het heersende economische jargon – dat het gaat over het “mobiliseren van het sociaal kapitaal” dat in onze samenleving aanwezig is. Mantelzorg is het nieuwe credo. Dat houdt in dat de informele zorg door vrienden, familie, buren, collega’s en kennissen centraal komt te staan. Als de informele zorg meer en meer de professionele zorg moet vervangen, dan schuift de overheid één van haar kerntaken van zich af.

De afbouw van toegankelijke en betaalbare zorg legt een nog grotere druk bij iedereen en dus op de hele samenleving. Het is nu al vaak onmogelijk om kinderopvang te vinden en actieve vijftigplussers moeten hun langere loopbaan combineren met de zorg voor hun ouders én kleinkinderen.

Het Verdrag van de Rechten van de Mens stelt terecht dat personen met een beperking volwaardige burgers zijn met recht op een volwaardige plaats in de samenleving. Voor velen onder hen is dit slechts mogelijk door een goed samenspel tussen het eigen netwerk en professionele ondersteuning.

Onze samenleving is de laatste jaren veel complexer geworden en de nood aan zorg groeit.

Het vermaatschappelijkingsdebat wordt tegenwoordig gebruikt in een besparingspolitiek. Mensen worden meer en meer op zichzelf aangewezen en bezwijken steeds vaker onder de complexiteit van de verschillende rollen die zij moeten opnemen. Echte vermaatschappelijking zou net méér moeten inzetten op goede, ondersteunende diensten en professionals die mee de zorgvraag omarmen en zich mee ontfermen over personen met een zorgnood en hun omgeving.

Persoonsvolgende financiering

Persoonsvolgende financiering betekent dat personen met een beperking zelf het geld ontvangen waarvoor voorzieningen in het verleden werden gesubsidieerd. De uitrol van dit nieuwe systeem kent nog heel veel tekortkomingen. De personen met een beperking krijgen een bedrag toegewezen waarvan zijn niet kunnen inschatten of dit hun zorgnood zal dekken. Bovendien krijgen personen met een zelfde zorgnood niet steeds hetzelfde bedrag. Tot op vandaag zijn er nog duizenden personen met een actieve zorgvraag die geen budget ontvangen.

Omdat de financiering losgetrokken wordt van het aanbod (de voorziening) en mensen met een beperking nu zelf hun ‘rugzakje met geld’ mogen beheren, zien we dat heel wat voorzieningen in de moeilijkheden komen. De ‘cliënt’ of de ‘klant’ kan kiezen om zijn budget integraal aan de voorziening te geven (voucher), maar hij kan ook gaan ‘shoppen’ over voorzieningen en diensten heen en zelf zijn ‘zorgpakket’ (cash) samenstellen, netjes geserveerd in een ‘zorgofferte’. Zie je door de bomen het bos niet meer? Geen probleem: je kan altijd – tegen betaling uiteraard – beroep doen op bijstandsorganisaties of zorgconsultants die je de weg wijzen. Voelt u ook nattigheid?

Met heel de idee van persoonsvolgende financiering heeft de minister de ambitie om voorzieningen te verheffen tot maatschappelijk verantwoorde ‘ondernemingen’ en personen met een handicap tot de CEO’s van hun zorgnood. Dat klinkt interessant. En dat is het ook, maar enkel voor een heel erg kleine groep. De ingewikkelde, onoverzichtelijke administratieve rompslomp levert voor de meeste mensen geen grotere zelfbeschikking op. De inspanningen die nodig zijn om alles zelf te regelen vragen om enorm veel tijd, organistatietalent en een sterk netwerk. En wat met mensen met een verstandelijke beperking? Wat met zij die niet kunnen rekenen op een familiaal netwerk? Hen geef je niet méér onafhankelijkheid. Integendeel, hun vrijheid bestaat er net in dat ze kunnen rekenen op afhankelijkheid. Organisaties die hen mee borgen en met liefde ondersteunen in een maatschappij die niet altijd even begripvol is. Zij zijn slachtofffer van een paradoxale vrijheid.

De illusie van vrijheid

De persoonsvolgende financiering geeft de illusie dat mensen met een beperking de absolute vrijheid hebben hun zorg ‘in te kopen’ op ‘de markt’. Flexibiliteit en maatwerk moeten centraal staan. De vrije markt zet alleen producten in de markt die financieel aantrekkelijk zijn en die aan een zo groot mogelijke groep kunnen verkocht worden. Dat leidt meestal tot een kleiner aanbod. Het klassieke marktdenken hoort niet thuis in de zorgsector. Een goed uitgebouwde zorgsector gaat immers steeds op zoek naar een individuele afstemming op de specifieke vraag van de cliënt.

In andere landen waar het marktdenken al langer gangbaar is, komt men tot de conclusie dat de zorg alleen maar duurder is geworden en dat er een dure en torenhoge administratieve registratielast is bijgekomen.

In een vraaggerichte aanpak evolueert het aanbod naar datgene waar ‘het meeste geld mee te verdienen valt’. Standaardiseringszorg, minder flexibiliteit, minder diversiteit, dure specialismen zullen uiteindelijk overblijven. Enkel ‘economisch rendabele vragen’ overleven. Dat is niet zo fraai voor een samenleving die inclusief wil zijn.

Heel wat kwaliteit, die jarenlang in de zorgsector werd opgebouwd, dreigt verloren te gaan. Cliënten worden, willens nillens, in een systeem van eigen regie geduwd en moeten het nu zelf maar uitzoeken. Collega-voorzieningen worden concurrenten-voorzieningen.

#ookmijnzorg

Bieke Verlinden, SP.A-schepen van sociale zaken, werk en studentenzaken in Leuven.

Mario Vanhaeren, algemeen directeur van Oostrem, met meer dan 35 jaar ervaring in de zorg voor personen met zware ondersteuningsnoden.

DelenShare on FacebookTweet about this on Twitter