Opinie, Zorg

Het M-decreet: een eindejaarsrapport

DelenShare on FacebookTweet about this on Twitter

Bieke Verlinden, schepen voor sp.a in Leuven, ziet in het M-decreet van minister Crevits een gapend gebrek aan gepaste ondersteuning en begeleiding voor leerlingen die niet zonder kunnen. ‘Overal een beetje maar nergens nog genoeg.’

De brief werd mee ondertekend door de ouders van inclusiefbuitengewoon.be, Leuvens OCMW-raadslid Dorien Meulenijzer en Leen Francen, mama van twee zorgenkindjes.

Minister Crevits, we moeten eens praten over het M-decreet. Want er wordt maar weining geluisterd naar de leerlingen, ouders, leerkrachten en zorgverleners die iedere dag met de concrete realiteit van dat decreet geconfronteerd worden. Niet alleen weten vele van hen niet wat hen na de zomervakantie precies te wachten staat, de meesten vragen zich met stijgende verwondering af waarom heel wat gevolgen van het decreet al die tijd zomaar konden passeren. Hoog tijd dus om op deze laatste dag van het schooljaar het rapport van het M-decreet op te maken.

Eerlijk is eerlijk, het M-decreet streeft een nobel doel na: het wil alle scholen inclusiefmaken zodat kinderen met een beperking naar eender welke Vlaamse school kunnen gaan. Het reguliere onderwijs krijgt op die manier voorrang op buitengewoon onderwijs en wordt zo eerste keuze: iedereen zou er in theorie terecht moeten kunnen.

In de praktijk betekent het M-decreet niets minder dan een complete omwenteling van ons onderwijs. Want om dat reguliere onderwijs inclusief te maken zijn reusachtige aanpassingen en inspanningen nodig. En daar wringt al meteen het schoentje: het M-decreet voorziet niet in de middelen, het personeel, de opleiding of de begeleiding die de kinderen nodig hebben om die omwenteling te laten slagen. Het legt op een wel erg ondoordachte wijze een ideaal op.

Omwenteling zonder vaste grond

Alle scholen inclusief? Dat betekent de infrastructuur van al die scholen toegankelijk maken: liften toevoegen, deuren verbreden, aangepaste toiletten installeren, rolstoelschommels op de speelplaats plaatsen enzovoort. Maar dat betekent ook verschillende vormen van begeleiding en therapie voorzien: van logopedie over kinesitherapie en ergotherapie tot de aanwezigheid van verpleging.

Want geen enkel kind met een beperking is hetzelfde of heeft dezelfde noden – zelfs niet als ze dezelfde beperking hebben. Neem bijvoorbeeld Joran. Hij heeft autismespectrumstoornis (ASS). Op de basisschool lijkt hij die ASS vaak bijna niet meer te hebben, ware het niet dat hij elke dag na school thuis ontlaadt: compleet op. Wat de meesten zouden betsempelen als ‘druk doen’, is het gevolg van pure stress. Zo is spelen met vriendjes op de speelplaats lastig voor een kind met contextblindheid. Gelukkig helpt zijn GON-begeleidster (Geïntegreerd Onderwijs) hem bij de psychosociale problemen die hij ondervindt. Joran leerde tellen door ongerust de nachten af te tellen tot hij zijn problemen kwijt kon bij zijn GON-begeleidster. Haar contact met Joran en zijn ouders om alle noden bloot te leggen en die te delen met leerkrachten en leerlingenbegeleiders helpt om samen tot oplossingen te komen. Op die manier wordt de zorg even overgenomen, wat de stress bij zowel Joran als zijn ouders naar beneden haalt. Heel even, want terwijl ze toch gemiddeld 7 uur per dag op school zitten, kunnen kinderen als Joran slechts 2 lesuren per week (!) bij hun vertrouwenspersoon terecht.

Bij zo’n grote verandering als die van het M-decreet is het voor kinderen als Joran dan ook cruciaal dat hun vertrouwenspersoon er ook volgend schooljaar is om hen te ondersteunen. Dat spreekt voor zich. Maar dat is buiten het M-decreet gerekend. Volgt u even mee?

Overal een beetje, nergens genoeg

Álle scholen inclusief maken vraagt extra investeringen in werking en personeel. Het M-decreet doet echter niet meer dan een klein beetje extra in de pot stoppen, om dan even goed te schudden en het daarna te versnipperen over alle scholen. Overal een beetje maar nergens nog genoeg.

Daardoor wordt ook de GON-begeleiding afgebouwd. Die cruciale individuele leerlinggebonden begeleiding valt weg ten voordele van een ‘klasondersteunende’ aanpak. Het gevolg is dat niemand kinderen als Joran nog handicap-specifiek zal leren kennen. Ook het contact met de ouders wordt bij die nieuwe aanpak teruggeschroefd. Leerkrachten worden enkel ondersteund om de handicap te leren kennen, maar zullen het zelf met de leerling moeten oplossen, waardoor ze alleen maar meer belast worden. Ondertussen blijven de klassen groeien, net als het aantal leerlingen met extra ondersteuningsnoden – dyslexie, dyscalculie, ADHD, aandachtsstoornissen enzovoort.

Dan volstaan de 300 extra leerkrachten die het M-decreet beloofde helemaal niet. Er zijn meer dan 2.500 basisscholen in Vlaanderen, elke school telt 6 leerjaren en gemiddeld is er per jaar ook een parallelklas. Op een totaal van 30.000 klassen betekenen 300 leerkrachten een groei van 1%. Dat is geen investering, dat is een minuscuul doekje voor het bloeden.

Annemie

Dan is de situatie in het buitengewoon onderwijs anders. Annemie is een Leuvense moeder van twee kinderen met een beperking. Haar dochter zit in Windekind, een basisschool voor buitengewoon onderwijs. Daar volgt het onderwijs de leerling. Annemies dochter krijgt er de complexe ondersteuning die ze nodig heeft en het leerprogramma is op haar afgestemd. Ze kan er tijdens de schooluren naar de fysio, de ergo, de logopedist en andere zorgverleners, want die werken grotendeels in hetzelfde gebouw. De lesuren zijn daarop afgestemd zodat de kinderen niet achterop raken. Op die manier kunnen ouders na school gewoon mama en papa zijn, niet chauffeur of verpleegkundige voor hun kind. En het kind kan rusten, spelen en kind zijn.

Maar dat gaat in tegen de geest van het M-decreet, dat enkel inclusiviteit nastreeft.

Sommige van de kinderen uit Windekind hebben het voorbije jaar wel degelijk geprobeerd om, in de geest van het M-decreet, de stap te zetten naar het reguliere onderwijs. Door het tekort aan ondersteuning kwam dat neer op: moeizaam meeploeteren in een te grote klas plus alle noodzakelijke ondersteuning (kine, ergo, logo en al dan niet verwachte ziekenhuisbezoeken) er zelf bij zien te organiseren na school. Welke ouder kan dat bolwerken zonder zijn of haar job op te geven?

Buitengewoon inclusief

De inclusieve aanpak van het buitengewoon onderwijs moet met het M-decreet dus wijken voor een aanpak die, paradoxaal genoeg, exclusie in de hand werkt. Heel wat kinderen die het voorbije jaar naar een ‘gewone’ school trokken met de belofte van voldoende ondersteuning, kregen vandaag samen met hun rapport een retourticket naar het buitengewoon onderwijs. De scholen kunnen het niet, de kinderen kunnen het niet, de ouders kunnen het niet. Iedereen brandt op.

Daarenboven is er tot op vandaag, de laatste dag voor de zomervakantie, geen duidelijkheid over wat in september nog volgt. De onderwijskoepels spelen machtsspelletjes op de kap van de leerlingen met zorgnoden. In september worden leerkrachten, kinderen, ouders en begeleiders in de leeuwenkuil gegooid. Net in die zó belangrijke eerste maand van het schooljaar, waarin kinderen met een beperking alle ondersteuning en aandacht kunnen gebruiken, gaan leerkrachten en GON-begeleiders nog moeten beginnen uitzoeken hoe alles nu precies in elkaar zit.

De zorg en opleiding voor kinderen met een beperking vraagt tijd, middelen en een doordacht plan, minister Crevits. Geen gehoor geven aan de talloze, zorgwekkende verhalen van de mensen om wie het gaat, getuigt van slechte wil. Uzelf op de borst kloppen omdat je inclusief wil zijn, gaat niet voor op de kinderen en ouders die dag in, dag uit de gevolgen dragen van een overhaast gelanceerd, ondergefinancierd plan. Dat moet dringend beter.

Bieke Verlinden, schepen voor sp.a in Leuven samen met de ouders van inclusiefbuitengewoon.be

Dorien Meulenijzer, Leuvens OCMW-raadslid voor sp.a en zelf persoon met een beperking

Leen Francen, mama van twee zorgenkindjes

DelenShare on FacebookTweet about this on Twitter