Fiscaliteit en besparingen, Het ‘nieuwe’ Vlaanderen, Opinie

Voor deze regering is levenskwaliteit een onbeduidende variabele in een economische optelsom

DelenShare on FacebookTweet about this on Twitter

Kent u iemand die bewust gestemd heeft voor langer en onregelmatiger werken, minder pensioen en hogere facturen? Waarschijnlijk niet. Al was het maar omdat geen enkele partij in haar verkiezingsprogramma de verhoging van de pensioenleeftijd had staan. Maar, zo klinkt het bij deze regering: als we de toekomst willen verzekeren, kunnen we niet anders dan ons luxeleventje achterlaten. Een vaste job, een volwaardig pensioen, betaalbare openbare diensten? Dat is blijkbaar niet meer van deze tijd. We hebben te lang boven onze stand geleefd: tijd om in te leveren. De vraag is alleen: wat precies leveren al die inspanningen ons eigenlijk op?

Deze opinie verscheen op knack.be

Weet u nog waarom deze regering besliste om de bevolking te doen inleveren? Herinnert u zich het argument waarmee dit beleid de besparingen doordrukte? Het gat in de begroting, zegt u dat nog iets? Het was hét thema waarmee de N-VA zich profileerde bij de laatste verkiezingen. En waarmee het die ook won. Plezant zou het niet worden, maar we zouden ein-de-lijk uit de schulden geraken, weet u nog?

De schaduwpremier van dit land verkondigde het overal met een stelligheid die de daaropvolgende zware offers volledig moesten rechtvaardigen: een begrotingsevenwicht als beloning voor zoveel leed. Door de zure appel bijten, heette dat. Men had het de bevolking dan ook maandenlang goed ingepeperd: als we nú niets doen, als de rekening nú niet klopt, dan staat onze kinderen de Apocalyps te wachten. Het nieuwe rechtse beleid zou ons behoeden voor zoveel onheil. Maar die reddingsoperatie zou dus niet pijnloos verlopen.

Rechts beleid

En wat al die offers en inspanningen voor de begroting opgeleverd hebben, dat is ondertussen ook bekend: het gat is alleen maar groter geworden. En hoe! Zeker na de fameuze taxshift die voor miljarden ondergefinancierd blijkt te zijn, gaapt een ongezien tekort op de rekening. Onder de vlag van ‘begrotingsdiscipline’ heeft de regering lang vrij spel gehad om nieuwe maatregelen en besparingen door te voeren, maar al snel werd duidelijk dat niet alle leden van de rechtse ‘droomcoalitie’ even oprecht begaan waren met dat budgettaire evenwicht. Toen bij aanvang miljarden subsidies richting het grootkapitaal werden geleid, bleek dat heel wat zelfverklaarde koene begrotingsridders een agenda voor ogen hadden die niet zozeer gericht was op financiële hygiëne. De pijnlijke begrotingsmissers stapelden zich in hoog tempo op. Als je er van uitgaat dat het om missers gaat, tenminste. Want gezien de hallucinante omvang van ‘foute inschattingen’ en ‘verkeerde berekeningsmethoden’, lijkt het meer op een gehaaide strategie om vanuit ‘budgettaire noodzaak’ in de sociale zekerheid te ‘moeten’ snijden.

Wat ondertussen overblijft van het aangekondigde brave huisvaderbeleid waarmee deze zogenaamde herstelregering zich presenteerde? Een ruziënde bende die de besparingen niet gebruikte voor het beloofde begrotingsevenwicht – ze hebben het ondertussen al 4 (!) jaar uitgesteld – maar om cadeaus uit te delen en allerhande gunstmaatregelen uit te werken voor de toplaag van onze samenleving.

Jobs, jobs, jobs?

Dat deze regering weinig betrokkenheid toont voor andere groepen in de samenleving, blijkt uit de marginalisering van modale Belg en het weinige respect dat ze kan opbrengen voor het dagelijkse geploeter van de kleine zelfstandige, het doorsnee gezin en de overbevraagde gepensioneerde. Alleen de grote spelers krijgen ferme cadeaus en de gewone man moet tevreden zijn met kruimels: ieder wat hem toekomt, weet u wel.

Zo zijn échte jobs blijkbaar niet meer van deze tijd. Door arbeid en inkomen uit elkaar te trekken via allerhande constructies van tijdelijke contracten tot flexi-jobs gaat deze regering compleet voorbij aan de kernopdracht waar (arbeids)beleid voor moet staan: armoedebestrijding. De focus van deze bestuursploeg ligt niet aan de onderkant van de samenleving, maar maakt de weg vrij om de bovenkant vrij spel te geven. Want, zo klinkt het mantra vanaf dag één: meer winst zal meer werkgelegenheid opleveren. Maar daar knelt het schoentje: 40 % van de nieuwe jobs die er sinds 2014 bijkwamen zijn deeltijds en de helft (52%) is tijdelijk. Bovendien werd meer dan de helft ook nog eens opgenomen door gedetacheerde buitenlanders. En wat te denken van de invoering en uitbreiding van flexi-jobs? Daarmee schraap je hier en daar af en toe een werkdag bij elkaar, maar met een volwaardige job heeft dat niets te maken. Het gaat om sprokkelarbeid die mensen met een deeltijdse job – die veelal onderbetaald is – in staat moet stellen om extra te verdienen. Ook gepensioneerden kunnen er sinds het zomerakkoord beroep op doen om bij te klussen. Je moet het maar durven, eigenlijk: eerst de minimumlonen en pensioenen verlagen en dan zeggen dat je altijd kan gaan bijklussen. Want, zo klinkt het dan steevast: als je hard werkt, kom je er wel. Een simplistische dooddoener die graag voorbij gaat aan de complexe werkelijkheid.

Morrelen aan solidariteit

Een werkelijkheid waarin niet alleen een enorm grote groep mensen zich te pletter werkt zonder uit de armoede te geraken, maar ook een realiteit waarin flexi-jobs de kern van arbeid en sociale zekerheid ontwrichten. Arbeid moet toch de zekerheid bieden om inkomen en rechten te generen zodat je een stabiel leven kan uitbouwen! Risico’s verzekeren we toch collectief zodat wanneer je bescherming nodig hebt, je je geen zorgen hoeft te maken? Of willen we dat kinderen krijgen, ziek zijn, werkloos of oud worden stuk voor stuk opnieuw financiële risico’s worden die we helemaal alleen moeten dragen? Willen we naar een situatie waarin we die bescherming (kinderbijslag, ziekte-uitkering, werkloosheidsuitkering en een volwaardig pensioen) niet meer samen willen opbouwen zodat ze voor de meesten onder ons onbetaalbaar wordt?

Met een beleid dat morrelt aan de basisprincipes van solidariteit, verdwijnt dat soort bescherming stilaan uit beeld. Zit je in de rats, dan zal je meteen voelen dat je slechts heel even, maar vooral heel voorwaardelijk op steun kan rekenen. Zo gaat deze regering ervan uit dat zieke mensen wel sneller opnieuw gaan werken als je ze op droog brood zet. Weg met de idee dat we collectief voor elkaar zorgen, dat iedereen aan zijn weg kan timmeren zonder steeds te moeten buigen voor marktprincipes die arbeid (en dus ook werknemers) als koopwaar ziet.

Jaloers of lui

Als we de inspanningen van deze regering overschouwen kunnen we niet anders dan besluiten dat een faire taksshift of rechtvaardige maatregelen bij begrotingscontroles nooit echt op het programma stonden. Een zomerakkoord dat opbrengsten herinvesteert in kwalitatieve en publieke dienstverlening misschien? Niet met deze regering. Een vermogenswinstbelasting die naam waardig? No pasaran. Alles is meteen een pest- of miserietaks. Wat overblijft zijn aandoenlijke minitaksjes waarover de rijke minderheid dan gespeeld verontwaardigd kan zijn. Dat is niet anders bij de recent goedgekeurde taks op effectenrekeningen: puur symbolisch, want niet alleen belachelijk laag, maar vooral heel eenvoudig te ontwijken. En zo zal ook die taks alweer snel geschrapt worden, “want ze levert niets op.” En daarop zal men dan besluiten dat het opnieuw bewijst dat vermogen belasten niet werkt.

En de teneur is dan: wie na al die inspanningen die deze regering van de grote vermogens vraagt nog durft zeuren, die is waarschijnlijk gewoon jaloers. Het is veelzeggend over de manier waarop rechts neerkijkt op iedereen die nog maar enige kritiek durft te uiten op sociale en fiscale onrechtvaardigheid. Want – zo luidt de redenering – als de klagers niet jaloers zijn, zijn ze waarschijnlijk gewoon lui. Die logica wordt verder doorgetrokken: iedereen die dat echt wil, kan toch rijk zijn? Gewoon geen onnozele dingen doen, de juiste keuzes maken en hier en daar wat erven. In die optiek spelen geluk en toeval geen enkele rol, het eigen ‘ik’ staat voorop en geldt als norm. Het is de rechtse meritocratische samenleving die het huidige beleid nastreeft en waarin individuele maakbaarheid en status(angst) voorop staan. Menselijkheid en mededogen moeten het afleggen tegen economische belangen en hardvochtige maatregelen.

Respect, respect, respect?

Als je de werkomstandigheden en arbeidsvoorwaarden van mensen degradeert, en die maatregelen fier in een hoerastemming presenteert, laat je als regering heel duidelijk zien waar je ambities liggen: een criterium als levenskwaliteit is dan slechts een onbeduidende variabele in een economische optelsom. Het verhaal dat deze regering schrijft toont nauwelijks respect voor de besognes van de gewone man. Nergens een spoor van waardigheid of eerbied. Het is een verhaal dat overduidelijk niet wil investeren in mensen. Het is een hol en zielloos verhaal van winst voor enkelen. En de moraal van dat verhaal? Die leert ons dat je respectloos kan zijn tegenover de modale burger. Dat je als beleidsmaker kan gaan dansen net nadat je hebt beslist om die burger nog wat verder uit te kleden. Trek allemaal uw plan, wij gaan lekker feesten. Niks vooruitgang, nul ondersteuning, nauwelijks nog zekerheid. Geen herverdeling van middelen. En al helemaal niet van respect. Maar goed, we zijn op vakantie en iedereen vindt Tomorrowland de max, zeker?

DelenShare on FacebookTweet about this on Twitter